Als de laatste voetballers de kantine verlaten hebben, is het normaal gesproken rustig op en rond de velden van onze geliefde vereniging, maar zo niet vandaag. Zowel in de kantine als in de sporthal zien we opeens vreemde wezens rondscharrelen, ze zien er angstaanjagend uit door slecht-hechtende huid, grote witte haardossen en gruwelijke grimlachjes.

In paniek wordt gebeld met de bekendste kapotte-lichamenopknapper van de regio en voordat we het weten staat niemand minder dan Joey Bakker weer binnen en we weten nu zeker dat we elke ramp aankunnen. Terwijl Joey zich bezighoudt met de gedrochten en geestachtige verschijningen onder het uitstekende dak van onze kantine, horen we vanaf een uur of zeven ook buiten de meest verschrikkelijke geluiden en als we gaan kijken zien we ook hier een optocht van vreselijke wezens, maar dan klein. Een heks, twee mummies en heel veel verminkte gezichtjes, die proberen de portocabins binnen te dringen.

Het kost deze horde aan kleine, enge verschijningen niet veel moeite om dit voor elkaar te krijgen en gelukkig lukt het enkele van onze Dubbeldamvrouwen om met ze in contact te komen. De groep is naar onze kantine getrokken, omdat er sprake van een trouwerij zou zijn en hoewel niemand dit echt kan geloven, besluiten we toch maar om de horde kleine griezels mee te nemen naar onze kantine, die in een paar uur tijd is omgetoverd tot een oud landhuis, waar de vermaarde gouddelver Harrie de Gulzige woonde.

Deze Harrie geloofde in god noch gebod; alleen het goud dat bewaakt werd door de mythische dondervogel was voor hem belangrijk en toen deze Harrie bijna al het goud uit de grond gehaald werd, maakte een aardbeving een einde aan het dorp Dubbeldam. Niemand overleefde het, op Tessa en haar verloofde Bart na. Deze Tessa was de enige dochter van Harrie de gulzige en ondanks alle verdriet wilde ze trouwen met haar Bart. Op hun trouwdag ging het echter helemaal mis; Bart werd door het spook The Phantom vermoord en tot op de dag van vandaag wacht onze bruid Tessa op haar bruidegom.

In de kantine zat Harrie in zijn favoriete schommelstoel te mijmeren over alles wat er misgegaan was en in de sporthal wachtten enkele geesten op het moment dat Tessa zou trouwen met haar Bart, niet wetende dat dit moment nooit meer zou komen… of toch wel?

Onze groep kleine geesten mochten hier getuige van zijn. Onze sporthal deed niet onder voor een reusachtige gotische kathedraal en de bruid Tessa zag er meer dan prachtig uit. Na de plechtigheid, die niet werd wat iedereen ervan verwachtte, werden onze kleine geesten naar buiten gestuurd om te zoeken naar Bart, want een trouwerij zonder een levende bruidegom is net niet helemaal compleet.

In kleine groepjes liepen onze helden en heldinnen langs het trouwfeest van Tessa en ze konden Tessa in haar eentje door de balzaal zien walsen. Even verderop staat een tuinman, die net zo lief mensen als heggen bijknipt; dan ligt de dondervogel op de loer en treffen we ook nog een wat vreemde slager aan, die het verschil tussen een mensenkind en varken niet zo goed lijkt te kennen.

Op het randje van het B-veld vinden we dan een gevangenis met een bewaker die niet goed oplet, waardoor er maar weinig gevangenen achter de tralies te vinden zijn. De vraag is dan ook waar deze enge mensen allemaal rondwaren. Gelukkig weten alle kleine Dubbeldamgeesten veilig in de kantine van Dubbeldam aan te komen, waar ze getrakteerd worden op een broodje vinger en wat te drinken.