Bij het kraken en piepen is er altijd één factor die de boventoon voert. Één kenmerk wat in ruim 70% van alle gevallen de reden is dat iemand naar een dokter of een therapeut gaat: het doet pijn.
Dus dan wil je gaan trainen, moet je eerst langs de verzorger om je kuiten los te laten gooien… heb je het gevoel dat hij er met een stoomwals overheen gaat! En dan krijg je nog vrolijk te horen:

“Ik voel er niets van!”

Pijn is een moeilijk iets. We zijn nu eindelijk op een punt aangekomen waar we beginnen te begrijpen waar pijn geregistreerd wordt, hoe het naar de hersenen gaat, en waar in de hersenen het aankomt… Maar voor een compleet plaatje missen we eigenlijk 1 ding. 1 ding waardoor alle metingen die we normaal gesproken op het lichaam kunnen uitvoeren om problemen te meten en te kunnen verklaren bijna onmogelijk gemaakt worden:
Pijn is subjectief.

Sommigen stoten zich zachtjes tegen een tafeltje en huilen, anderen scheuren een halve knie af en proberen nog door te spelen (“tsja, ik voelde wel iéts, maar niets bijzonders”), en weer anderen die schreeuwen het uit van de pijn bij een actie (zie vorige column). Kortweg: de verwonding die de ene vloert, doet de ander amper pijn.
Maar toch moet de verzorger die pijn inschatten. Kijken wat de speler zegt, door de ‘emotionele’ lagen heen prikken, en dan bepalen wat de ‘echte’ status van de klacht is. En dit is waarom ervaring voor een verzorger zo belangrijk is. Die kuiten losgooien doet bijvoorbeeld amper pijn als je er een half uur voor neemt. Maar een half uur heb je nooit. Want de speler komt HOOGUIT een kwartier van tevoren bij je, en niet alleen hij, maar ook alle andere spelers met pijntjes en moeites en die moeten allemaal nog op tijd voor de wedstrijd behandeld worden en dus heb je amper meer dan drie minuutjesterwijljemassagehokvolstroomtmetdevolgendeinderijdienogevensnelbehandeldwillenwordenenopjelipstaantekijkenwaardoorjetochhardermoetknijpenomdiepijnersnelleruitteknedenenondertussenstaandiespelerstezeurendatjeopmoetschietenligtdiespeleropdebankteschreeuwenvande pijn… Heerlijk.

Dus…
Zoals je kan begrijpen leert een verzorger snel hoeveel pijn geen kwaad kan. Immers, ze behandelen een speler en zien nog dezelfde middag het resultaat, evenals het langetermijnresultaat gedurende de daaropvolgende week. Je leert de pijntjes kennen. En je leert goed in te schatten wat welke speler wel en niet kan hebben. Je raakt erin getraind het verschil te horen tussen de kreten van pijntjes, en de kreunen van échte pijn. Dit is ook waarom verzorgers je tijdens de ‘marteling’ met een stalen gezicht aan kunnen kijken en kunnen zeggen: “ik voel er niets van.”

Dus mocht je de volgende keer weer liggen te creperen op de ‘moderne martelbank’, zie het als een schrale troost dat degene die je benen losgooit, verdraaid goed weet wat hij doet. Een beetje pijn kan geen kwaad, en alle wat de verzorger doet, doet hij enkel voor de gezondheid van zijn spelers!
Dus maak je niet druk, het zal snel minder pijn doen! 😉